Lage bijtelling, véél ruimte - Autoweek

14 procent bijtelling. Geef dat als verkoopargument in het zakelijke middensegment en de Nederlandse consument luistert als een gedrilde soldaat. De ŠKODA Octavia Combi Greenline biedt die lage bijtelling. En véél ruimte. En een nette prijs. Zijn er argumenten om deze op en top Hollandse auto níet voor je deur te willen zetten?

85 gram per kilometer. Dat mag een auto met dieselmotor maximaal uitstoten als het aan de fiscus ligt. Tenminste, om binnen de grenzen van 14% bijtelling te vallen. Ja, we weten het, het bijtellingsargument begint sleets te raken, maar is nog steeds ijzersterk voor degenen die een nieuwe leaseauto mogen uitzoeken.

Voor een importeur kan 1 gram boven die grens het verschil betekenen tussen enkele honderden of vele duizenden gekentekende exemplaren. Of dat allemaal terecht is, laten we voorlopig even in het midden, want bij sommige modellen is het zéér de moeite waard om niet voor de bijtellingsvriendelijke versie te gaan, omdat die simpelweg minder prettig rijdt dan de varianten die meer CO2 uitstoten. Of dat voor de ŠKODA Octavia ook geldt, vertellen we je verderop.

Want voordat we gaan rijden, durven we wel te stellen dat je er vergif op kunt innemen dat de Greenline-versie van ŠKODA’s middenklasser (die overigens ook als hatchback leverbaar is) in 2014 verreweg de bestverkochte Octavia gaat worden. Voor veel zakelijke rijders vormt het in ieder geval de meest voordelige versie, en dat is voor mensen met een gezin – die kopen immers dit soort auto’s – toch een mooie manier om elke maand wat centen in de zak te houden.

ŠKODA kan zich wat dat betreft dus in zijn handjes knijpen met deze Greenline Combi, want met zijn CO2-uitstoot van precies 85 gram per kilometer vormt dit één van de weinige stationcars in het C-segment die voor de op twee na laagste bijtellingscategorie in aanmerking komen. Op benzinegebied kun je feitelijk alleen terecht bij Toyota voor de hybride Auris TS (eveneens 85 g/km) en voor dieselaars biedt ŠKODA’s concernbroeder Seat nog de Leon ST.
 

Knijpkarakter
Nu we het toch over die Seat hebben: technisch is de Leon ST vrijwel identiek aan de ŠKODA Octavia Combi Greenline. Zo komt de aandrijflijn van begin tot eind overeen: in de neus ligt de bekende 1,6-liter TDI met een maximumvermogen van 110 pk en een koppel van 250 Newtonmeter. Saillant detail: Volkswagen lepelt dezelfde motor ook in de Golf Variant, maar die stoot net een paar gram te veel uit.

Dit is best een aangename krachtbron, al voel je wel duidelijk dat de ontwikkelaars er alles aan hebben moeten doen om de uitstoot zo veel mogelijk te drukken. Deze diesel voelt daardoor geknepen aan; hij staat zó zuinig afgesteld dat de souplesse eronder lijdt. Je ervaart dat voornamelijk als je als een brave burger de schakelindicator gehoorzaamt. Die raadt je regelmatig aan om rond de 1.750 toeren per minuut al op te schakelen, waarna het toerental van de TDI zakt tot onder de 1.500. En laat hij zich rondom dat toerental nu net níet op zijn gemak voelen!

Het verschil tussen de mate van alertheid van de motor ónder dat toerental en daarboven is als dag en nacht: eerst gebeurt er nauwelijks iets, maar als de TDI eenmaal voldoende adem heeft gehaald, komt de viercilinder ineens wél met overtuiging tot leven. Je leert er op een gegeven moment handig met het karakter van de motor omgaan, simpelweg door de toerentellernaald minder ver te laten zakken. Maar het gedrag van de krachtbron beïnvloedt de rijbeleving aan boord van de Greenline negatief.

In vergelijking tot de sterkere 2.0 TDI kun je in onze testauto minder schakellui rijden: optrekken in het tweede verzet bij een verkeerslicht dat op groen springt terwijl jij bijna stilstaat, doet de 1.6 TDI liever niet. In de sterker gemotoriseerde Octavia’s is dat geen probleem, in de Greenline kun je beter terug naar ‘één’ om een tegenstribbelende dieselmotor te voorkomen. Wat een verschil met bijvoorbeeld de Toyota Auris TS, die met zijn automaat en hybridesysteem met overmacht wint op het onderdeel rijdbaarheid en souplesse. DSG behoort bij de Octavia Greenline overigens niet tot de mogelijkheden.

Springerig
Het rijden met de Octavia Combi Greenline laat nog een andere conclusie opborrelen: met deze ŠKODA koop je niet direct de meest geraffineerde auto uit het C-segment. De aandrijflijn is – zeker op kruissnelheid – weliswaar mooi stil, en rij- en windgeluiden blijven netjes op de achtergrond, maar de wijze waarop met name de achteras met slecht wegdek omgaat, is voor verbetering vatbaar. Nu moet je heus niet denken dat je in deze ŠKODA hobbelend en stuiterend over de A2 rolt, maar in de finesses voel je dat het onderstel van de Octavia niet zo mooi uitgebalanceerd is als dat van sommige concurrenten. Ook hier biedt een auto als de Toyota Auris meer comfort.

Het euvel schuilt hem bij de Octavia Combi vooral in de te harde vering achter: het voelt alsof de auto altijd is voorbereid op een lading gezinsbagage. Omdat deze eigenschap bovengemiddeld opvalt tijdens de testritten, rijden we de Greenline ook met flink wat tassen in de bagageruimte, en dan blijkt de achteras duidelijk minder springerig. Ergerlijk wordt het niet snel, opmerkelijk is het wel.

Als je op zoek bent naar een dynamischer model in deze klasse, met een gevoeliger besturing en scherpere reacties dan de Octavia, raden wij trouwens nog steeds de Ford Focus Wagon Econetic aan. Die is net een wat spannender om te rijden, maar valt – je raadt het al – niet meer tegen 14 procent bijtelling te rijden.

S(l)impel
Voor spanning of scherpte moet je nu eenmaal niet bij de ŠKODA Octavia zijn, maar de vraag is hoe erg dat is bij een verstandige auto voor jou en je gezin. Want nee, deze Greenline geeft je misschien niet meteen kriebels in je buik van opwinding, hij zet er wel een hoop aangename zaken tegenover. Het voornaamste pluspunt vinden we onder het kopje ‘ruimte’. ŠKODA noemt de Octavia Combi in een tv-commercial al heel stoer de ruimste auto met 14 procent bijtelling, en die claim wordt gestaafd met keiharde cijfers. Zeker in vergelijking met de genoemde Seat en Toyota slikt de ŠKODA met zijn minimaal 610 liter aan bagageruimte enkele tien-tallen liters meer dan een Leon ST of Auris TS. Op dit vlak gaan de punten dus naar Tsjechië.

Sowieso weet de Octavia te overtuigen met zijn ruimteaanbod, want ook op de achterbank is het goed toeven. Zelfs als boomlange redacteur van 2.04 meter lengte kun je bovengemiddeld goed achter jezelf zitten, dus er is geen enkele reden tot twijfel voor mensen die hun dagen regelmatig vullen met het vervoeren van opgeschoten pubers of trappelende koters.

Er zijn in dit segment weinig andere auto’s die deze ruimte bieden, dus hier heeft ŠKODA zijn zaakjes prima voor elkaar. Waar het andere praktische zaken betreft, stemt de Octavia eveneens tevreden. Een ijskrabber aan de binnenkant van de tankklep, talloze haken in de achterbak en een prullenbakje inclusief afvalzakje dat precies in het portiervak past: stuk voor stuk simpele maar slimme vondsten die verrassend vaak van pas komen in het dagelijkse gezinsleven. En dan is-ie met een vanafprijs van ongeveer ¤ 25.000 (¤ 27.000 voor de uitvoering met een Business-pakketje met onder meer navigatie) ook nog eens redelijk geprijsd. 

Steekwoorden
Nuchterheid. Slimme vondsten. Prijsbewust. Met die steekwoorden valt de Octavia Combi Greenline te kenschetsen. Ze leiden tot de conclusie dat ŠKODA met deze auto heeft neergezet die wel héél Hollands aandoet. In de goede zin van het woord, welteverstaan. De Tsjechische stationwagon is niets meer of minder dan het automobiele equivalent van een stevige bruine boterham met kaas of van zo’n oer-sterke opoefiets van Gazelle. Toegegeven, spannend is anders, maar je weet wel precies wat je eraan hebt …