ŠKODAtours

Een bergetappe gaat om de juiste brandstof

De Tour wacht op niemand. Zeker in de bergen is het een kwestie van hard doortrappen en op het eind maar zien wie er over is gebleven. Oud-renner, en tegenwoordig ploegleider van Rabobank-LivGiant, Koos Moerenhout over de hectiek van een bergetappe.

Wat maken de bergetappes zo zwaar?
“Bergetappes zijn pittige dagen voor wielrenners. Tijdens de bergetappes zie je pas echt hoe fit iedereen is. De weersomstandigheden kunnen tijdens de bergetappes een grote rol spelen. Regen en wind maken de spieren koud en dat maakt het klimmen zeker niet makkelijker. Daarentegen kan ook de extreme hitte de renners beperken in hun prestaties. Doordat je dan zo ongelooflijk veel vocht verliest, kun je maag- en darmproblemen krijgen. Tijdens de bergetappes moet je daarom ook goed kunnen eten en drinken, en dat terwijl je lichaam op z’n top van z’n kunnen presteert. Vooral het verwerken van eten kan soms heel moeilijk zijn, want na ongeveer tien Tour-dagen verlies je de eetlust. Je moet dan tegen je zin in kunnen eten om toch je brandstof binnen te krijgen.”

Wat zijn voornaamste kwaliteiten die een renner nodig heeft in de bergen?
“Je hebt uiteraard goede klimbenen nodig, maar ik denk dat je vooral ook goed moet kunnen herstellen. Het klinkt cliché, maar je kunt de Tour op elke dag verliezen. Een goede klassementsrenner moet daarom in staat zijn om ook zijn minder goede ritten goed door te komen. Consistentie is bij de Tour een vereiste; je moet kunnen blijven gaan en vooral ook goed in kunnen spelen op het koersverloop. Ik vind dat Nibali dat laatste heel goed beheerst.”

Veel wielerkenners noemen de bergetappes vaak een ‘tactisch steekspel’. Hoe belangrijk is tactiek in de bergritten?
“Een goede tactiek is in de bergen erg belangrijk, vooral wanneer er meerdere beklimmingen op één dag zijn. Je ploegmaten zijn daarin heel belangrijk. Als ploeg kun je al tijdens de eerste klim iets forceren door een overtal situatie te creëren. Wanneer je die overtal situatie uiteindelijk weet te creëren, is het zaak de rit zo goed mogelijk te controleren. De eerste week van de Tour hebben we nog niet echt kunnen zien hoe het staat met de samenwerking binnen de ploegen. Ze probeerden er vooral voor te zorgen zo min mogelijk schade op te lopen, maar in de bergen gaan we pas echt zien welke renners er durven op te staan en wie er durven aan te vallen.”

Hoe heb jij de bergetappes als renner ervaren?
“Ik kon altijd aardig meekomen, ook al was ik geen échte klimmer. Als ik goed in vorm was, kon ik van de zes bergritten er twee bij de top-20 rijden, maar dat koste me dan zoveel moeite en energie dat ik dat nooit elke dag kon blijven volhouden. Wél kon ik altijd aardig blijven volgen in de bergen, waardoor ik mijn plek altijd wel kon vinden.”

En hoe ging jij als renner om met de weersomstandigheden tijdens de bergetappes?
“Ik was geen liefhebber van regen. Ik merkte dat het afdalen dan toch iets gevaarlijker werd. Zeker naarmate ik ouder werd, merkte ik dat ik steeds voorzichtiger ging afdalen. Op een gegeven moment werd dat echt een beperking. Gelukkig kan ik m’n ervaring als renner nu wel overbrengen als ploegleider!”