ŠKODAtours

Het Groene Tourboekje: de jacht op het geel

Wielerliefhebbend Nederland zal komende zomer weer aan de buis gekluisterd zitten als het grootste wielerspektakel ter wereld door Frankrijk kruist. Maar hoe zit het nu met al die termen en begrippen waarmee de kijkers door de Tourcommentatoren om de oren worden geslagen? Een handige gids voor de niet-kenners met in de vijfde editie: de jacht op het geel.

Dromen van het geel. Menig jong wielerfanaat zal zich er schuldig aan hebben gemaakt. De gele trui van de Tour de France wordt universeel erkend als de grootste en mooiste prijs die voor een renner te bemachtigen is. Het überhaupt mogen dragen van de trui is slechts een select gezelschap gegund. Ter illustratie: in de gehele, rijke, Nederlandse wielergeschiedenis zijn er slechts zeventien renners geweest die het tricot ooit hebben mogen aantrekken.

Hoewel ze er allemaal als kleine jongen van gedroomd zullen hebben, houden in het huidige peloton slechts vijf van de 198 renners zich écht bezig met de jacht op het geel. Vijf kopmannen van de vijf grootste ploegen in het peloton die onderling gaan uitmaken wie in de befaamde trui straks de Champs-Elysèes in Parijs mag opdraaien. Nu het berggedeelte van de Tour is aangebroken, breekt die strijd pas echt los.

Na de eerste anderhalve week koers is het in de Tour nu vooral een gevecht geworden van Chris Froome tegen de rest. En dan met name tegen zijn naaste belagers Nairo Quintana en Tejay van Garderen. Maar ook de andere grote favoriet, Alberto Contador, mag nog niet vergeten worden.

Is er dan nog hoop op een Nederlandse gele trui? Niet deze Tour. Specialist Tom Dumoulin was er nog even dichtbij, maar een val maakte een einde aan zijn gele droom. De komende jaren blijft hij echter waarschijnlijk wel Nederlandse grootste hoop op het geel, als er tenminste vroeg in de eerste week een rit tegen de klok op het programma voorkomt. En wie weet kunnen Robert Gesink, Bauke Mollema en in hun voetsporen volgend Wilco Kelderman ooit nog een keer een gooi doen naar de heilige graal van het wielrennen.

LEXICON

Het spel is op de wagen – We zijn begonnen, de strijd is losgebarsten
Tricot – Beschikbaar in verschillende uitvoeringen, maar de trui met de gele kleur uit Frankrijk telt het meest
Klasbak – Een renner met exceptionele kwaliteiten
Geen platte prijs rijden – De tegenpool van de klasbak
Orgelpunt – De kroon op het werk zetten
Kopman – De aangewezen persoon voor wie de rest van de ploeg rijdt
Knechten – De rest
Meesterknecht – De beste van de rest
Koerskapitein – De baas van de knechten
Patron – De baas van het peloton. Regelmatig ook de drager van het geel.
Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain – Nu de winnaars meeste gele truien, ieder vijf
De Eeuwige Tweede – Bijnaam van Raymond Poulidor, die acht keer op het podium stond, maar nooit het geel naar Parijs bracht. Onze Joop Zoetemelk kon daar ook wat van, hoewel hij in 1980 wél het geel mee naar huis nam
Het is een Zoetemelk – Iemand die altijd volgt en nooit overneemt
Merckxiaanse wijze – Winnen met grote, grote overmacht
Geletruidrager – De man in het geel
Rode lantaarndrager – De man die het verst van het geel staat