ŠKODAtours

Het Groene Tourboekje: de sprint en de groene trui

Wieler liefhebbend Nederland zal komende zomer weer aan de buis gekluisterd zitten als het grootste wielerspektakel ter wereld door Frankrijk kruist. Maar hoe zit het nu met al die termen en begrippen waarmee de kijkers door de Tourcommentatoren om de oren worden geslagen. Een handige gids voor de niet-kenners met in de eerste editie: de taal van de eindsprint.

De eerste week van de Tour de France staat doorgaans in het teken van de eindsprint. Met de Grand Départ in Utrecht zal ook in 2015 weer behoorlijk wat vlakke kilometers moeten worden afgelegd voordat de bergen in zicht komen. Al in de eerste echte etappe, na de proloog in Utrecht, zullen de sprintkanonnen (zie Lexicon) flink aan de bak moeten.

Favorieten

De Duitser Marcel Kittel van Team Giant-Alpecin staat al jaren te boek als de beste sprinter van het peloton. Zowel in 2013 als in 2014 schreef hij de meeste etappes op zijn naam in de Tour de France. Hij kan echter flinke concurrentie verwachten van landgenoot André Greipel en de Brit Mark Cavendish.

De sprinters strijden naast de dagzege ook om de eindzege in het puntenklassement. De leider van dat klassement draagt de door ŠKODA gesponsorde groente trui. De ras sprinters Kittel, Greipel en Cavendish moeten in de strijd om die begeerde trui op hun hoede zijn voor de Tsjech Peter Sagan (die de trui de afgelopen jaren won) en John Degenkolb, de derde Duitser die kans maakt op het groen. Hij, ploeggenoot van Kittel, toonde dit voorjaar aan in topvorm te zijn door Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix te winnen.

Nieuwe regels

Door de overmacht waarmee Sagan, die niet vaak wint maar vrijwel altijd in de top tien finisht, de afgelopen jaren de groene trui won, heeft de Tourdirectie besloten de regels van de groene trui aan te passen. De winnaar van een etappe krijgt meer punten, de nummer twee (en lager) juist minder. Zodoende wil de Tourdirectie zeges hoger waarderen en hoopt het dat de winnaar van de meeste etappes ook de winnaar van de groene trui wordt.

Etappewinst levert een renner 50 punten op, de nummer twee krijgt 30 punten. Daarna loopt het stapsgewijs verder terug. Naast de eindsprint zijn er ook tussensprints om de lange vlakke etappes iets spannender te maken. Hier zijn voor de winnaar 25 punten te verdienen.

Tot slot keert het begrip 'bonificatiesecondes' terug in het peloton. Dit betekent dat de top drie van een etappe tijd in mindering krijgt in het algemeen klassement. Dat kan interessant zijn in de strijd om de gele trui. De Tourdirectie heeft besloten dat deze regel echter alleen geldt voor de ritten twee tot en met acht. De grote mannen voor het klassement zullen zich daardoor waarschijnlijk niet bezig houden met de bonificatieseconden. De winnaar van een etappe krijgt tien seconden in mindering op zijn totaaltijd, de nummer twee krijgt zes seconden cadeau en de nummer drie mag vier tellen aftrekken.

Lexicon

  • Eindsprint - De finale van, meestal, vlakke etappes waarin het peloton als blok strijd om de dagzege 
  • Sjezen/Spurten - Verwijzingen naar de aanstaande eindsprint 
  • D'r op en d'r over - Een jagend peloton dat een vroege vlucht op hoge snelheid inhaalt 
  • Erbij liggen (1) - Als ploeg of als individuele sprinter goed van voren zitten 
  • Erbij liggen (2) - Betrokken zijn bij een valpartij, zie 'tegen het asfalt kwakken' 
  • Tegen het asfalt kwakken - Met '50 tot 60 in het uur' (snelheid in kilometers per uur) onderuit gaan in de eindsprint 
  • De (sprint)trein - De renners die voor de sprintende kopman de finale in gang trekken 
  • De wegkapitein / de machinist - De renner die de gang van de sprinttrein regisseert 
  • De lead-out - De renner die het langst voor de sprintende kopman blijft zitten en hem moet lanceren 
  • De deur dichtdoen - Van de eigen lijn afwijken om een andere renner de pas af te snijden 
  • Een kwak uitdelen - Een andere renner trakteren op een schouderduw, al dan niet met (massale) valpartij als gevolg 
  • Er een snok aangeven - Een laatste krachtsexplosie leveren 
  • Rap kunnen aankomen - Goed kunnen sprinten 
  • Spurtbom - Een renner die rap kan aankomen 
  • Sprintkanon - Zie spurtbom 
  • Sprint-a-deux - Met zijn tweeën sprinten om de eindzege. 
  • Surplace - De benen stilhouden, wachtend tot de andere partij in een sprint-a-deux de spurt aangaat 
  • Rode vod - Driehoekige rode lap die begin van de laatste kilometer aangeeft 
  • De groene trui - De door ŠKODA gesponsorde trui voor het puntenklassement 
  • De streep - De finish