ŠKODAtours

Rudi Kemna: ‘Niets aan een fiets als er geen mannetje op zit’

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Zeker als een groep van 150 wielrenners zo snel mogelijk naar de finish probeert te fietsen. Een valpartij komt dan ook in elke koers voor. Team Giant-Alpecin-ploegleider Rudi Kemna vertelt hoe een ongeluk in de ploegleiderswagen wordt beleefd.

Via de radio komt een bericht binnen: valpartij!

“Hoewel het helaas vaker voorkomt, blijft het altijd schrikken. Vrij snel daarna is het een kwestie van attentie houden, kalm blijven en de dingen doen die je moet doen. Soms weet je nog niet of er iemand van jouw eigen ploeg bij betrokken is. Het belangrijkste is om rustig te blijven, hoe moeilijk het soms ook is.”

Hoe snel weet je of er iemand van jullie ploeg bij de valpartij betrokken is?

“Dat ligt aan de wedstrijd en de situatie. Als het een tv-wedstrijd is, zie je de live-beelden in de auto en kun je snel zien of er iemand van jou erbij ligt. Bij andere wedstrijden krijg je de informatie van de koersradio of van je eigen renners. Hoewel het soms voorkomt dat ze iets hebben gemist. Dan erger ik me wel!”

Wat tref je aan op de plek des onheils?

“Het is eigenlijk altijd wel hectisch, zeker als een valpartij in de finale van een koers plaatsvindt. En ook het niveau speelt mee. In een minder grote wedstrijd, waar niet écht grote druk op ligt, is het wel wat rustiger en kun je wat makkelijker je werk doen. Maar toch, een valpartij is niet gepland en dus is het altijd een gekkenhuis.”

Wat gaat er door je heen als je al die renners voor je ziet liggen?

“Dat kan heel verschillend zijn. Ik reageer eigenlijk vooral op de renners. Soms zijn renners echt geëmotioneerd, dat kan een verschrikkelijk beeld zijn. Dan denk ik: ‘oh, die ligt er niet goed bij’. Ik probeer zo lang mogelijk in functie te blijven en emotie uit te schakelen, maar het komt wel eens voor dat het menselijke aspect om de hoek kijken. Dan laat je de wedstrijd even los. De mensen gaan altijd voor het materiaal. Ik ben meerdere keren uitgestapt om renners te helpen. Je hebt niks aan een fiets als er geen mannetje op zit.”

Wat is het grootste probleem waar jij als ploegleider mee te maken krijgt op zo’n moment?

“Ik ben geen arts, dus dat soort zaken vallen gelukkig af. Als een renner mentaal zó geknakt is dat hij niet meer in koers durft en kan. Dan moet ik praten en proberen om ze gerust te stellen. Toen ik zelf nog renner was, fietste ik een keer in een waaier en viel naast mij iemand met zijn gezicht op het asfalt. Dat was afschuwelijk om te zien. Ik schrok daar zo erg van dat ik op een geven moment niet meer in een waaier durfde te fietsen. Uiteindelijk leer je dat gevaar in een koers altijd op de loer ligt, dus je verwerkt het wel. Het mentale aspect is dus belangrijk, want een valpartij kan soms echt grote impact hebben.”

Wordt achteraf een schuldige gezocht?

“Nee, eigenlijk nooit. Zeker niet direct. Je praat wel eens over valpartijen of over een gevaarlijke actie van een renner, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat renners rondkeken en zich afvroegen wie ze op de bek moesten slaan. Iedereen maakt wel eens fouten en een valpartij gebeurt nagenoeg nooit expres.”