De 5 meest gestelde vragen over de Autobrief

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft zijn Autobrief II naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin ontvouwt hij zijn autobelastingplannen voor 2017 tot 2020 met als doel het eenvoudiger belasten van de auto. Fleetwise zet de vijf meest gestelde vragen op een rij.
1. Vanaf wanneer gaan de maatregelen in?
Officieel vanaf 1 januari 2017. De gepresenteerde aanpassingen in de bijtelling voor conventionele voertuigen moeten op die datum ingaan. Maar de vermindering op mrb en bpm worden in jaarlijkse stappen ingevoerd. Ook het bijtellingsvoordeel op plug-in hybrides wil Wiebes in jaarlijkse stappen afbouwen. De extra belasting op oude diesels en de berperking van de 4% bijtelling tot een maximum bedrag van 50.000 euro cataloguswaarde zijn pas voor 2019 voorzien. Ook in 2016 verandert er al het een en ander, aan de bijtelling bijvoorbeeld. Het jaar 2016 wordt voor de bijtelling behandeld als 'tussenjaar' omdat Autobrief II is vertraagd. De kabinetsbrief zou de plannen voor de autobelastingen bevatten voor de jaren 2016 tot en met 2019, maar dat wordt nu dus 2017 tot en met 2020. Er moest een oplossing gevonden worden voor 2016. Ook in 2016 gelden er nog verlaagde bijtellingscategorieën zoals dat nu het geval is, al worden ze ten opzichte van 2015 wel aangescherpt.

2. Zijn de maatregelen in de Autobrief gelijk definitief? 
Nee, zeker niet. De nu gepresenteerde Autobrief II wordt nog in de Eerste en Tweede Kamer besproken en is dus nog niet definitief. De wetsvoorstellen die uit deze Autobrief voortvloeien, worden dit najaar behandeld in de Tweede Kamer. De nieuwe wetgeving gaat dan in per 2017. 

3. Gelden deze regels ook als ik dit jaar nog een nieuwe auto lease? 
Ja en nee.
  • De aanpassingen in de mrb gelden ook voor voertuigen die nu al op de weg rijden. Dus de verlaging van de mrb geldt ook per 1 januari 2017 als u de auto nu al leaset.
  • De bpm wordt afgedragen bij aankoop en dus gelden de regels van 2015.
  • Voor de bijtelling is een uitstekende regeling in het leven geroepen, namelijk de 60-maandenregel. Concreet: als op een bepaalde auto een verlaagd bijtellingspercentage van toepassing is, dan geldt dat percentage (op basis van de huidige wet) voor een duur van 60 maanden. Op de datum eerste tenaamstelling wordt de bijtelling voor het privégebruik van de auto bepaald. Als deze bijtelling 14% of 20% is, dan geldt dit verlaagde bijtellingspercentage dus voor die duur van 60 maanden. Op de laatste dag van de termijn van 60 maanden wordt het bijtellingspercentage opnieuw bepaald volgens de normen die dan gelden. Het bijtellingspercentage en de termijn van 60 maanden zijn gekoppeld aan het kentekenbewijs; ze blijven gelden als de auto van eigenaar of werknemer wisselt. 
4. Wordt leasen nu duurder?
Dat hoeft niet per definitie zo te zijn. Goed, dat behoeft een nadere uitleg. Te verwachten is dat er uiteindelijk twee bijtellingscategorieën overblijven: 4% (elektrische voertuigen) en 22% (de rest). Dat zal voor veel automobilisten – die van 14% en 20% – een achteruitgang zijn. Door de iets lagere bpm en dus een lagere catalogusprijs wordt dit weer voor een klein deel gecompenseerd. Voor de leasers van auto’s met 25% bijtelling, is die 22%  een aardige vooruitgang. Wel blijft er een tarief van 4% bestaan voor zero emission vehicles, de elektrische auto's én auto's die rijden op waterstof. Voor elektrische auto’s geldt vanaf 2019 een maximum van 50.000 euro waarover 4% bijtelling wordt geheven, voor het bedrag daarboven zou  de volle mep van 22% gaan gelden. Uit recent onderzoek blijkt dat liefst 90% van de leaserijders de wijzigingen in het fiscaal beleid voelen als een aanzienlijke lastenverzwaring.

5. En de bpm, die zou toch volledig verdwijnen?
De aanschafbelasting bpm gaat in de plannen van Wiebes stapsgewijs naar beneden, met uiteindelijk 12% in 2020. Over elektrische voertuigen  hoeft geen bpm betaald te worden. Dit lijkt een tegenvaller voor de autosector, maar zonder een CO2-gerelateerde aanschafbelasting zou de vergroening van het wagenpark sterk vertraagd worden. Deze vergroening is nodig om de doelstellingen uit het SER-energieakkoord te halen. Totdat er zicht is op enige vorm van betalen voor gebruik, is een snelle afbouw van de bpm daarom niet heel verstandig. Zoals het nieuws er nu ligt, wordt de bpm enkel verder afgebouwd, maar niet tot nul gereduceerd.