ŠKODAtours

Bart van Gog, mekanieker Team Giant-Alpecin

De Tour stopt voor niemand. Een mekanieker is dan ook voor elke ploeg van groots belang. Daarom aandacht voor de man achter het materiaal: Bart van Gog, mekanieker van Team Giant-Alpecin.

Hoe ziet jouw baan eruit?
“De hoofdtaak is om ervoor te zorgen dat alle fietsen tiptop in orde zijn. De renner moet in de koers maar aan één ding denken en dat is zo hard mogelijk trappen. Op zich is het nog een hele taak, want elke renner heeft zijn eigen fiets. Tijdens de Tour de France gaan er 3 of 4 mekaniekers mee. Dat moet ook wel als je bedenkt dat we voor elke renner ook nog twee reservefietsen meenemen.”

Hoe complex zijn de fietsen?
“Om te beginnen heb je grote en kleine renners. De fietsen zijn afgestemd op hun lengte, dus de framematen verschillen bijvoorbeeld al. Daarnaast zijn er nog verschillende onderdelen die in meerdere uitvoeringen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de zadels. We kunnen kiezen uit twaalf verschillende types! En dan hebben we het alleen nog maar over de zadels.”

Hoeveel onderdelen moet je dan wel niet kennen?
“Dat is afhankelijk van de sponsoren die je hebt, maar het zijn er aardig wat. Gelukkig hebben we per renner een handig overzicht dat we zelfs via onze telefoon kunnen raadplegen. Mochten we een keer vergeten wat iemand gebruikt, dan kunnen we altijd op dat overzicht terugvallen.”

Hoe zit je tijdens een koers in de auto dan?
“Je moet altijd scherp blijven, maar toch probeer je ook lekker ontspannen te zijn. Natuurlijk is er tijdens een koers altijd wel wedstrijdspanning. Je wilt altijd winnen. In principe ben ik redelijk ontspannen, maar toch zit je altijd klaar voor het geval dat er wat gebeurt. Een valpartij is snel gebeurd.”

Hoe reageer je op zo’n moment?
“Door de koersradio wordt vaak al omgeroepen welke ploegen bij een valpartij betrokken zijn. Van die informatie is het wel een beetje afhankelijk. Soms zegt een renner door zijn oortje dat hij is gevallen en een fiets nodig heeft. Dan pak ik direct een reservefiets. Maar meestal spring ik met twee á drie wielen uit de auto.”

Renner of fiets eerst?
“Dat verschilt. Als je aan komt rennen en de renner staat al, dan bekommer ik mij om de fiets, maar als hij nog op de grond ligt, dan ga ik eerst naar hem toe en roep ik eventueel de dokter erbij en begin ik daarna aan de fiets. Je moet het eigenlijk allemaal in een fractie van een seconde inschatten.”

Hoe is het om mekanieker te zijn?
“Je hebt altijd met druk te maken. Elke seconde die je verliest is er één teveel. Ik streef ernaar om het zo goed mogelijk te doen en haal er veel voldoening uit. Ik wil net als de renners zo goed mogelijk presteren en ook ik vind het mooi als we het tijdens een koers goed doen. Als ik nog tien of twintig jaar mekanieker mag zijn, dan hoor je mij niet klagen!”